‘Birdwatching’. Over het taalgebruik in ‘De slimste mens’.
zaterdag 24 november 2012 16:29

‘De slimste mens’ was niet alleen een  programma om eens goed te lachen maar was ook boeiend om de taal van de deelnemers, juryleden en presentator  te observeren.

Ik ben een fervent  verdediger van het Standaardnederlands en ik erger mij vaak over het taalgebruik van presentatoren op de radio en de televisie en in reclamespots, om nog niet te spreken van de vox populi die we dagelijks geserveerd krijgen.  In ‘De slimste mens’ was het ook niet altijd Standaardnederlands dat we te horen kregen. Tot mijn eigen verwondering stoorden die taalvarianten mij niet. ‘Gij’ en ‘jij’ werden vrolijk door elkaar gebruikt, scheve zinsconstructies waren schering en inslag en over regionale accenten werd niet moeilijk gedaan.

Een proeve tot verklaring:

De deelnemers aan de quiz  waren nerveus en heel geconcentreerd waardoor ze ook heel natuurlijk overkwamen en dat wekt sympathie. Van arrogantie of zelfoverschatting was geen sprake. Ze stelden zich kwetsbaar op en dan willen we hen alles vergeven.

Ook de juryleden kwamen natuurlijk over, wat in het verleden vaak niet het geval was. Philippe Geubels was humoristisch, zelfs in de grappen die op voorhand ingestudeerd waren, en zijn taalgebruik hoort bij hem. Hij schrijft het zelf op de openingspagina van zijn website: “Ja, ik praat altijd zo.” Op diezelfde website staat ook een hoofdstuk ‘Stukseneten’. Iets anders zou daar misstaan.

De Standaard en NRC Handelsblad publiceerden de voorbije week interessante taalbijlagen en de reeks begon maandag met ‘Nederland versus Vlaanderen’. Daar kregen we ook een illustratie van in ‘De slimste mens’ toen de Nederlandse kandidate Paulien Cornelisse  het finalespel verloor omdat ze het woord‘pendelaars’ niet kende. In Nederland zijn dat ‘forenzen’. Ze begreep ook niet altijd wat er gezegd werd alhoewel we geacht worden dezelfde taal te spreken. Ze heeft in elk geval onze sympathie gewonnen.

Op de website BBC News Magazine (www.bbc.co.uk/news/magazine) stond in september een artikel Britishisms and the Britishisation of American English. Blijkbaar hebben nogal wat Amerikanen een probleem met een invasie van typisch Britse woorden en uitdrukkingen in het Amerikaans. Ben Yagoda, een professor Engels aan de universiteit van Delaware vindt het boeiend om volgen. “I enjoy seeing them,” zegt hij in het artikel. “It’s like a birdwatcher. If I find an American saying one, it makes my day!”

Engels en Amerikaans zijn twee varianten van dezelfde taal. Moeten we onze tussentaal ook zo gaan bekijken? Waarom stoor ik er mij de ene keer mateloos aan en zie ik er bij een andere gelegenheid geen graten in dat iemand al eens een zijweg van het Standaardnederlands inslaat? Waarschijnlijk omdat het in het laatste geval als natuurlijk overkomt. Zo luister ik met plezier naar echte Brusselaars en Antwerpenaars die een sappig verhaal vertellen in hun dialect maar gaat mijn maag keren als ik één of andere journalist, publicist of acteur datzelfde dialect hoor gebruiken op een geforceerde manier,  alleen maar om interessant over te komen.

Het taalgebruik in ‘De slimste mens’ was niet geforceerd omdat de deelnemers zich heel natuurlijk gedroegen (op één uitzondering na) maar daarom moeten we het Standaardnederlands niet bij het restafval zetten.